Lucas deelt mede: augustus 2006

11: De foto's


Een kleine (Flickr legt megabytebeperkingen op) en ietwat willekeurige selectie van illustraties bij het onderstaande reisverslag staat nu online.

Jij buis

Helaas heb ik weer een effectieve vorm van tijdsverspilling gevonden.

Ik kende YouYube al als database van grappige filmpjes (zoals dit, voor Tarantino-liefhebbers niet te versmaden, exemplaar) maar eigenlijk is deze site, met de ondertitel 'Broadcast Yourself', veel interessanter als verzamelplaats voor liefhebbers van zelfexploitatie.

Sommigen vertellen hun levensverhaal of zeuren gewoon wat tegen hun webcam, voor een ieder die het horen wil ('JaneMcWhir'). Anderen gaan creatiever te werk, in bijzondere of treurige staaltjes exibitionisme. Mijn lievelingsdieptepunt is het geschifte Amerikaanse tienermeisje 'Brookers'.

Door videoreacties van andere makers te bekijken en door te klikken naar 'gerelateerde' filmpjes ben je snel een uurtje of wat bezig. YouTube is dan ook ten strengste af te raden aan iedereen die iets beters te doen heeft.

10: Amsterdam

Het eerste grote verschil tussen China en Nederland heb ik meteen na aankomst hardhandig ondervonden.

In China is alles nep. Een pakje Marlboro dat elk mogelijk echtheidskenmerk vertoont bevat toch Golden Monkey sigaretten. Een archeoloog zou, als hij de souvenirverkopers gelooft, voor een Yuan of 100 nooit meer een opgraving hoeven doen. In Shanghai wordt iets beter dan in de rest van het land gecontroleerd op illegale zwarthandel waardoor de verkopers je op straat een geplastificeerde folder onder de neus duwen, met foto's van Prada tassen en Rolex horloges. Als je met zo'n mannetje meegaat kom je in een flatgebouw waar op een verdieping elk appartementje een gespecialiseerde namaakwinkel verbergt. Een seizoen van The Sopranos kost in een professioneel uiziende DVD-zaak in Suzhou een euro of vier, en pas bij inspectie van de schijfjes zelf is het verschil te zien.

Helaas is dat precies wat de douane op Schiphol na het leeghalen van mijn tas deed. De mooie aanvulling op mijn DVD-verzameling ben ik kwijt, en een proces-verbaal hangt aan mijn broek. Zo verlangde ik al in niemandsland terug naar de wetteloosheid van mijn gastland.

Ik troost me met het vooruizicht op een vertrouwd voordeel van Nederland, dat ik voor deze reis nooit ervaren heb. Ik kan hier over straat lopen, zonder dat iedereen (echt, iedereen!) die ik passeer naar boven kijkt en in verbaasd ingehouden gegrinnik of onbeschaamd schatergelach uitbreekt.

Een epiloog van foto's en reflectie volgt; na:
een bruine boterham met oude kaas,
een paar teugen relatief schone buitenlucht,
de afwas van voor vertrek en
de straat over met een jasje aan.

9: Shanghai

Zojuist heb ik afsluitend gegeten met de andere reizigers. De groep vormde een aangenaam gemengd geheel, en ik kijk terug op goede reisgenoten. De kroegentocht van gisteren, die ons van de sjieke uitgaansstraat (te duur), via het prive-karaoke-hokjes-verhuurbedrijf (te Japans) naar de Chicago (te bezopen) bracht, zit me nog in de leden. Owen, de gids, zit naast me in dit laatste internetcafe van deze reis en zelfs hij vindt het te warm. Ik ga deze constante hitte en deze kleine Chinezen om me heen verschrikkelijk missen.
Shanghai, wereldstad
der wereldsteden!
Wat heb je me verbaasd
en betoverd.
Zelfs
vanaf de hoogste
verdieping
van je hoogste
wolkenkrabber
ben je niet
klein
of te krijgen

Gezien zijn kosmopolitische en overtreffende schaal kan het eigenlijk niet anders dat Shanghai, in tegenstelling tot de andere steden die ik bewonderd heb, een westers verleden heeft. Vanaf de 18e eeuw hebben Engelsen en Fransen deze havenplaats groot en rijk gemaakt. Het huis van een voorman van de Communistische partij, dat met Buick en al te bezoeken is, was Engelser dan ik ooit een huis gezien heb. De Huangpu rivier biedt aan de ene kant uitzicht op de skyline van de Bund, een bonte verzameling grootse Europsese gebouwen, terwijl de andere oever het thuis is van de torens die zelfs het wolkenkrabbend geheel van Chicago op de knieen dwingen.
De Jin Mao toren: futuristisch prachtig.
De Oriental Pearl TV tower: drie paarse kerstballen op een betonnen piek.
Het World Financial Center: nu een verticale bouwput, straks de hoogste ter wereld.
De eerste bood vanmiddag, onder het genot van een onbetaalbare koffie in Cloud 9 op de 89e, een uitzicht dat meer torens telt dan ik me ooit voor mogelijk kon houden.

Tussen een van de torengroepen, middenin het 19e eeuwse handelscentrum, biedt een cluster steegjes dapper weerstand. In die oude stad zag, rook en hoorde ik het stedelijk China dat overal verdwijnen zal.
De marktjes
krioelend als
de waslijnen en stroomkabels
erboven

Snacks
afwisselend geurend als
de stank van pis en put

Geratel van bellen en karren
welluidend als je
het gelach en gebedel
missen kunt
De tegenstellingen die almaar terugkomen in mijn pogingen de overdaad aan indrukken te organiseren, zijn in deze stad misschien wel het sterkst te voelen. Ik noem ze niet meer, want het is op. Reflecterend te werk gaan behoort niet meer tot de mogelijkheden van mijn oververhitte zelf. Ik heb te weinig tijd gehad.

De dertien uren KLM van morgen zullen langer lijken dan de drie weken unieke geestesverrijking die mij van Moskou naar Shanghai gebracht heeft.

8: Suzhou

Compleet weggeblazen door zijn of haar magnifieke grootsheid zit ik al in Shanghai. De skylines van New York en Sydney zijn gereduceerd tot dorpsgezichtjes en de winkelstraten van Parijs en Los Angeles zijn verworden tot stoffige marktjes. Shanghai is groot, veel en westerser dan het westen. Je vergeet in deze wereldstad der wereldsteden dat China een onvrije en ondemocratische staat is... Tot in dit internetcafe, zoals in de anderen, een kopie van je paspoort maakt wordt en de toegang tot elke mogelijk staatsgevaarlijke website (Wikipedia, Geocities) afgeschermd is.

Dit alles loopt vooruit, want mijn van indrukken overlopen hoofd was gisteren nog in een andere stad (nou ja, stad... het zijn maar 5 miljoen inwoners): Suzhou.

Coffee
Net als goed koffie, blijven Engelssprekenden schaars in China, maar het aantrekkelijke en internationaal uitziende Hugo Bookshop in de uitgaanswijk van Suzhou verborg er een op zijn bovenverdieping. Het was daar een koffietent, en de ijskoffie die ik dronk was crimineel duur en crimineel smerig.

Mijn klacht werd met veel excuses ontvangen door de serveerster die vervolgens, tot mijn grote verbazing, in perfect Engels vroeg hoe de koffie dan beter zou kunnen smaken. Ze legde uit dat Chinezen erg graag koffie willen maken, om westers te zijn, maar dat ze er eigenlijk niks van kunnen. (Dat kon ik beamen: waarom twintig verschillende exotische bonensoorten aanbieden, als je niet weet met hoeveel water je een espresso zet?) Ik gaf wat tips en het gesprek werd mooier toen ze zich voorstelde. "My English name is Coffee." Ze vertelde
dat ze vrijwillig in het cafe werkt om mensen te ontmoeten
en dat ze op donderdag 'International Night' hebben,
met gratis koffie voor buitenlanders,
en dat ze studeert om lerares Engels te worden
maar dat ze eigenlijk een koffietent wil beginnen
en dat China snel verandert
want dat haar grootouders niet kunnen lezen
en dat Suzhou zo geweldig is
en dat reizigers leuk zijn
en toeristen stom
en dat het haar spijt van de koffie
en dat ze ook van Plato houdt
en ken ik Confucius en Lao Tse wel
en sorry van die slechte koffie
en of ik niet langer in Suzhou blijf?

Het is niet erg, van de koffie.

Pulp Fiction
Helaas is in China de barcultuur niet ver ontwikkeld buiten het toeristische. Het uitgaansidee van een jongere alhier beperkt zich tot foute karaoke en foutere dance. Dat neemt niet weg dat een kroeg voor buitenlanders best heel leuk kan zijn. In dezelfde straat als Hugo, een stuk verderop, naast een van de vele oogverblindend mooie spookjestuinen van Suzhou (wiens rust en harmonisch ontwerp vol weldoordachte doorkijkjes en subtiele rotsaccenten altijd ruw doorbroken wordt door schreeuwende toeristenhordes), zit er zo eentje.

De naam op de gevel ('Aussie Bar Pulp Fiction') was al voldoende om mij, eeuwig dorstig in dit klimaat, naar binnen te krijgen. Mijn wandelgenoten van die dag en ik vonden bekenden aan de toog. Aan de andere kant van de bar, tegen een achtergrond van foto's (Goodfellas, Pulp Fiction, Frank Sinatra, Ozzie Osbourne), tijdschiftencovers (Drew Barrymore op de Rolling Stone) en stapels cd's (AC/DC, Blur, Blues Brothers), zat de eigenaresse, Lu An.

Lu An is getrouwd met een Australier en nadat hun eerste cafe Shanghai uitgejaagd werd door met raketsnelheid stijgende hebben ze zich in het relaxtere Suzou gevestigd. Aangezien ze niet alleen perfect Engels sprak, maar ook nog eens slim en geintereerd leek, was ze een goede kandidaat om eens uit te horen over wat China nou einglijk is.
Q: Hoe kan het dat een kop koffie een half dagloon kost?
A: Er zijn heel wat rijke mensen in China, zoals boeren die hun land aan projectonwikkelaars verkocht hebben, of eigenaars van bedrijven, die nauwelijks belasting betalen.

Q: Wat gebeurt er als je meer dan een kind krijgt?
A: De boete is 3000 euro. Overigens laten moeders zich vaak na 3 maanden controleren, en aborteren als het een meisje is. Dit is verboden, maar over een jaar of tien zullen er veel te veel single mannen in China zijn. Een ander fenomeen is het 'Little Emperor-syndroom': het overdreven verwennen van het enige kind, waardoor arbeidsethos of zelfstandigheid vaak ver te zoeken zijn. Zo heeft Lu An een tiener meegemaakt die in huilen uitbarstte toen ze eens haar eigen ei moest pellen.

Q: Hoe staat een gewone Chinees tegenover 'de zaak Tibet'?
A: Dat is iets waar de regering zich mee bezig houdt. Het kan Lu An niet schelen, want ik kan er toch niets aan doen, al zou ik het willen.
Veel meer wil ik weten van dit land. (Is het nou zo, dat de Chinees niet zozeer onmondig is uit angst of luiheid, maar dat de Chinees na 2000 jaar ondemocratisch centraal gezag niet eens weet wat modnigheid is?) En meer wil ik meemaken. Langer wil ik blijven.

Ik kan niet meer beloven dan nog een laatste verhaaltje over de metropool waar ik me nu nog twee daagjes in mag werpen.

7: Xi'an

Op de derde verdieping van dit hotel van de vergane glorie bevindt zich verreweg het grootste en goedkoopste internetcafe waar ik ooit toetsenbordbacterien opgelopen heb. Het hotel ligt zo centraal als het maar kan, naast de klokketoren die het midden vormt van de, zoals in Beijing en Pingyoao, op een raster liggende en naar de winrichtingen vernoemde straten. Xi'an mag gerust met Cairo, Rome en Athene een wedstrijdje houden om de titel 'oudste hoofstad van de wereld', maar is naast het boegbeeld van het Oude China vooral het paradepaardje van het Nieuwe China.

Ik spreek met hoofdletters omdat de effecten die economische voorspoed en globalisering in veel landen teweeg brengen, in China wat schaal en tempo betreft hyperbolische vormen aannemen.
De Zuidstraat van Xi'an heeft grotere neonreclames dan Broadway en een cappuccino is er net zo duur, namelijk iets meer dan het halve dagloon van de gids van deze reis, terwijl een flesje water gewoon tien centen kost.
De krioelerige, charmante en eeuwenoude Hutongs in het centrum van Beijing zullen binnen twee jaar weggebulldozerd zijn, opdat de Olympische atleten over niets zien dan het centrum van de hoofdstad van de toekomst.
De Louis-Vutton-gehalte van de jongeren in het uitgaanscentrum waar ik vanavond van geproefd heb, vormt een Yin-Yang-tegenstelling met de kledingkeuze van de Chinees die ik eerder besprak.
De kleine kinderen die je in het hele land ook 's avonds op straat ziet, spreken je in bijna vloeiend Engels aan ("Hello, What's your name? My name is Ling. Where are you from?"), terwijl de jongen van een jaar of 20 die hier werkt mij iets probeerde duidelijk te maken door dezelfde Chineze zin drie keer te herhalen.
Een verklaring voor de bron en werking van deze ontwikkelingen laat ik graag aan een ander over, net als overigens het voorspellen van de consequenties voor de rest van de wereld, die menig Europeaan schrik aanjagen. Ik loop hier immers alleen wat rond. Toch is er zelfs voor de oplettende reiziger een lijn te bespeuren in de hoogst interessante geschiedenis van dit land.

De Chinezen zijn wel wat gewend, wat betreft grootse veranderingen. Ik zal u slechts met twee voorbeelden van de van ommezwaaiingen en machtswisselingen doorspekte historie vervelen. De Culturele Revolutie, waarmee de Rode Garde in opdracht van Mao in de jaren '60 de identiteit van het volk wilde zuiveren van de 'Vier Ouden' (oude ideeen, oude cultuur, oude gebruiken en oude gewoontes), bestond uit het verbanden van boeken, het vernietigen van tempels en het martelen en vermoorden van tienduizenden. Deze wreedheid had Mao van geen vreemde. De eerste keizer van Qin (in de tweede eeuw voor Christus), die zich begraven liet met een leger van duizenden levensgrote soldaten van terracotta, heeft na de eerste geslaagde poging om de onderling strijdende koninkrijken onder een keizerrijk te verenigen goed zijn best gedaan om alle verwijzingen naar de diverse en rijke geschiedenissen van de verschillende culturen uit te wissen.

Het Geschiedkundig Museum van Shaanxi (de provincie die sinds Qin het centrum van macht vormt) in XI'an is, samen met het nationale massatoerisme dat ik eerder beschreef, een teken van de hernieuwde interesse van de 'Nieuwe Chinees' in de beschaving van duizenden jaren van zijn voorouders. Voor mij als westerling, die op school alleen van Griekse oorlogen en beschilderde Renaissanceplafonds geleerd heeft, vormde het chronolgische overzicht (van de bronstijd tot de 15e eeuw) met puntgaaf gerestaureerde artefacten een bijna ongeloofwaardig geheel. Terwijl de Europeaan in de Middeleeuwen vergeten was een pen vast te houden, werden tijdens de Tang dynastie beeldjes gemaakt wiens details vandaag een zweetafdruk van mijn gezicht op het vitrineglas veroozaakten.

Voordat mijn saaie geschiedenislesjes het idee oproepen dat deze reis bestaat uit een eentonige bewondering van monumentaal ergfoed, zeg ik dat ik heus ook gewoon als jonge jongen rondgestruind heb in deze stad.
Deze stad die met zijn vele studenten en yuppen, bruisende en Europees georienteerde uitstraling en goede universiteiten best een mooie uitwisselingslocatie zou kunnen zijn.
Ik ben in een bioscoop die nogal oud oost-Berlijnig aandeed, zeker in vergelijking met de uberhippe Club MGM die eronder zat, naar Dragon Tiger Gate geweest: een SFX- en kungfuspektakel dat net zo onverstaanbaar als saai was.
Ik heb biertjes gedronken met mijn reisgenoten bij een openlucht karaokepodium naast de klokketoren die ik eerder noemde.
Ik ben zelfs een paar oud studiegenoten tegengekomen bij het station. Fijn dat China niet het eerste buitenland is waar ik geen bekende zag.
Nu wordt het aftellen, want deze reis duurt nog maar een dag of wat. Ik zal nooit meer een Japanner, Amerikaan of Chinees uitlachen omdat die in een paar weken Europa 'doet'.

6: Pingyao (2)

De odyssee van gisteren op zoek naar het ineternetcafe was leuk, maar ik weet nu dat het hotel een gloedniewe internetvoorziening heeft. Jammer dat we vanavond alweer vertrekken. Ik kijk niet uit naar weer een nacht trein, maar wel naar de volgende bestemming. Een heerlijk uitgeslapen nacht volgt nu op een zwoel laat zomeravondje Chinees Poker op een van de binnenplaatsen. De gids leerde ons de variant die hij en zijn vrienden altijd spelen, 'Fight the Landlord', dat met 54 kaarten gespeeld wordt en waarbij de twee horigen met ieder 17 kaarten de landheer met 20 kaarten moeten verslaan. In plaats van met pokercombinaties wordt wat meer met logische combinaties gespeeld, zoals drie paren op een rij en zes of zeven losse kaarten op rij. Een extra element is 'de bom' bestaande uit vier dezelfde kaarten of de twee jokers. Deze kaart mag altijd gespeeld worden, maar verdubbelt de inzet, zodat een zwakke hand met bom nog steeds niets voorstelt. We sloten de avond af met een lang potje toepen, dat onze gids erg beviel.

De vele uitstapjes die bij deze reis horen, aangezien iedereen voor het zogenaamde 'excursiepakket' gekozen heeft, doen weliswaar af aan je gevoel van onafhankelijkheid ("waar zijn we nu weer heen gebracht?!") maar leiden wel zonder uitzondering naar mooie, zij het toeristische, plekjes. Gisterenochtend doorzocht ik het huis van Wang, een rijke handelaarsfamilie van lang lang geleden. Tussen de afgegraven heuvels en de armoe van de hutjes eromheen staat geen huis maar een kasteel, met tientallen hofjes die elk een andere functie ter lering of vermaak accomodeerden, zonder uitzondering uiterst gedetailleerd versierd en rust en harmonie uitstralend.

Zo ook het Shaunglin tempelcomplex, dat een aura van harmonie oplegt maar vooral verbaast door zijn religieuze uitstraling, zonder je ermee dood te rammen, zoals menig kathedraal pleegt te doen. In elk gebouw staat een geschilderd beeld van een godheid, omringd door uiterst priegelig steengehouwen beeldengroepen tegen alle muren van de tempel. Uiteraard roepen al deze afbeeldingen vragen bij me op, want ik begrijp er geen hout van en daar houd ik niet van. Verdieping in het onderwerp kan niet uitblijven. Als ik het over een jaar alleen nog maar over Karma, Dharma, Yin en Yang ouwehoer, mag men mij voor het hoofd rammen. Niemand houdt van een zweefteef.

Ik denk dat ik zo even een massage ga scoren.

5: Pingyao

Dit piepkleine ommuurde stadje in de provincie Shanxi was tijdens de Ming dynastie de rijkste stad van heel China, en laat dit verleden, dat verbazend onaangetast gebleven is, graag elke dag aan duizenden toeristen zien. Pingyao geeft het woord 'pittoresk' nieuwe betekenis. De rechte straatjes zijn onafgebroken omlijnd met prachtig houtgesneden gevels en rode lampionnen en in elke richting is een poort en een stuk muur te zien. Toen we vanochtend zeer vroeg aankwamen met de hoogst oncomfortabele nachttrein uit Peking, deden de verlaten stoffige straten mij nog het meest denken aan een oude cowboyfilm, een noodle western dus. Het mooiste is nog wel ons hotel Yi De Guesthouse. Zijn kamers, verspreid over de veschillende hofjes van een opgeknapte eeuwenoude rijkeluiswoning, zijn allemaal uniek en schijnen China-leek Lucas ook autentiek toe. Ik slaap met mijn inmiddels vaste kamergenoot op een matras van 2 bij 3, dat de volledige oppervlakte van de houten vlonder inneemt, die op zijn beurt net zo groot is als de (gelukkig niet authentieke) kraakschone badkamer eronder. Ik zou er bijna Taoistische poezie van gaan schrijven.

In de hete namiddag van zo even, net buiten de muren van dit stadje waar iedereen op het eerste gezicht verliefd op wordt, was ik op een geimproviseerd marktje waar het naar open riool stonk. Een grote groep bejaarde mannetjes keek op naar de schaduw die zich loom hun richting in bewoog en staakte het kaartspel. Luidkeels lachend en met open ogen werd bij eenieder simultaan met de rechterhand boven het hoofd gebaard terwijl de linker twee vingers omhoog hield. Dit gezicht baart bij mij inmiddels geen opzien of schaamte meer, ik lach en gebaar gewoon hartelijk mee. Het mooie is zelfs dat dat dit schaamteloze aanstaren van mij, de Europese superreus, mij op mijn beurt een vrijbrief geeft rustig terug te staren. De bewonderaar wordt de bewonderde.

En wat zag ik daar, nu ik mezelf de kans gegeven had gewoon uitgebreid te kijken? Welk kaartspel speelden ze daar, terwijl hun nerveuse fysique een flinke inzet verraadde? Jawel hoor, Chinees Poker. Altijd heb ik dat leuke spelletje uit mijn middelbare schooltijd afgedaan als een verzinsel uit het donkere schaakcafe in de Leidse Kruisstraat, maar nu ik een Chinees zag grijnzen terwijl hij een schoppen 2 op tafel smeet, ben ik wijzer. Nu nog de lokale regelvarianten leren.

Voor deze en andere anekdotes geldt dat ze levendiger overkomen met digitale illustraties, maar ik stel teleur: ook dit internetcafe biedt geen USB faciliteiten. Mag ik mijn lezers een beknopte fotoreportage na terugkomst beloven?

4: Beijing

Toen de 3-jarige Pu Yi in 1908 op het balkon van de Hal van de Hoogste Harmonie in de Verboden stad stond om gekroond te worden, sloeg hij de gigantische menigte gade en brak in tranen uit. Zijn vader stelde hem gerust en zei: "Rustig maar, het is zo dadelijk voorbij". De profetische waarde van deze uitspraak moet de spreker niet ingezien hebben, want in 1911 werd de Republiek China gesticht en bleek de kleine huilende jongen de Laatste Keizer geworden te zijn. Ik denk niet dat hij als 6-jarige ook gehuild heeft.

Ten zuiden van het gigantische paleiscomplex kijkt een ander heerser over zijn eigen plein uit, op zijn gezicht slechts een waardige glimlach; Mao's invloed is in de geest van de volk nog lang niet voorbij. De aanleg van het Plein van de Hemelse Vrede heeft drie blokken op de eeuwenoude noord-zuid as (Feng Shui is hier geenzins een modegril) in het midden van de stad verpletterd maar mag zich hiermee wel het grootste plein te wereld noemen.

De opzienbarende leegte van de stenen vlakte ziet zich sinds de dood van de Voorzitter echter verstoord door een fascistoide mausoleum (of zeg ik Mao-leum?) en vooral door een inmense mensenmassa die zich gewillig in rijen met hoeken van 90 graden om het monument laat organiseren. Op het Rode Plein stonden mensen niet alleen minder ordelijk, maar vooral in kleiner getale voor het mausoleum van Lenin te wachten. De Sovjetunie is niet meer, maar China is na 57 jaar nog altijd Volksrepubliek China. Waar in Moskou "McLenin" T-shirts verkocht worden, worden hier horloges met een zwaaiende Mao-hand als secondewijzer onder je neus gedrukt. Voor ons is dit kitsch, maar dat begrip kennen ze hier niet: de straatverkoper heeft in de andere hand het Rode Boekje.

De volksaard van de Chinees is tweeledig vreemd, in de ogen van de Westerling. Ten eerste noem ik hun autoriteitsgevoeligheid en de ongematigde interesse voor de geschiedenis die met deze autoriteit doorspekt is. Niet alleen staan ze massaal in de rij voor Mao en zijn op de helft van de televisiezenders in mijn hotelkamer historische soaps te zien, ik denk dat je nergens ter wereld, behalve in Mekka, een grotere samenscholing bedevaartgangers ziet dan bij de toeristische attracties in en rond deze hoofdstad. Met tienduizenden per dag denderen de Chinezen door de Verboden Stad, het centrum van macht van de keizers van de Ming en Qing dynastieen wiens decadente wreedheden Lodewijk XIV lief doen lijken. En over op de Grote Muur, het met mankracht wereldwonder waarvoor ontelbaren gestorven zijn. Aan de voet van het stuk waarvan ik de beklimming van eergisteren nog steeds in mijn benen voel, staat op een marmeren steen een devies te lezen van (daar heb je hem weer) Mao, dat serieuzer dan ooit genomen lijkt te worden: "Wie nog nooit De Muur beklommen heeft, mag zich geen held van het volk noemen".

Maar de Westerse reiziger, die gezellig en met open ogen en mond meedoet aan het massatoerisme valt vooral een tweede aspect van de vreemde volksaard op. 1,2 miljard Chinezen kennen geen schaamte.
Van het gehurkt schijten op een openbaar toilet mag iedereen door de open deuren van het hokje meegenieten.
Een moeder steekt haar kind voor zich uit boven de plantenbak van een chique hotel, doet het flapje onderaan het babyhemdje open, geeft een vriendelijk knikje naar de portier, doet het flapje dicht en vervolgt haar weg.
In de schaduw van een maginifiek paleis van de Verboden Stad, kotst een Chinees luid- en openkeels een vuilnisbak onder.
Waar in een prachtig park het keiharde getsjirp van de krekels in de bomen niet overstemd lijkt te kunnen worden moet je nog je oren dicht doen om de kakafonie van het slijmgerochel uit de kelen van voorbijgangers uit te bannen, terwijl je behendig de rondvliegende fluimen ontwijkt.
Niet alleen heb ik niet een Chinees in het relatief dure en moderne Peking op een schijntje modegevoel kunnen betrappen, in de warme zomer hebben de meeste mannen de onsmakelijk uitziende gewoonte om hun T-shirt of polo tot borsthoogte op te rollen, zodat hun blote buik trots naar voren steekt.
Je moet je bovendien ten hoogste afvragen of er tekens in het Chinees zijn die het woord 'tafelmanieren' verbeelden, terwijl je eigen met-de-mond-vol-gepraat met gemak overstemd wordt door het geslurp en gesmak van een paar tafels verderop.

Deze tafelmanieren, echter, zeggen helemaal niets over de kwaliteit van het eten alhier. Zelfs de ranzigste eettentjes, waarvan de hoeveelheid verraadt hoe vaak de Pekinger buiten de deur eet ('uit eten gaan' durf ik het niet te noemen), zetten zonder uitzondering de heerlijkste gerechten op tafel. De toerist hoeft zich dan ook niet bang te maken over de onbegrijpelijkheid van de kaart, die overigens altijd voorzien is van afbeeldingen die verbazend accuraat zijn. China is met stip gestegen naar mijn culinaire lievelingsbestemming nummer 2, Italie is immers een stuk dichterbij. Voor het geld hoef je twee keer per dag uitbundig uitpakken al helemaal niet te laten, een feestmaal in een bescheiden tentje kost hetzelfde als een kopje koffie bij een plaatselijk Starbucks-filiaal: een euro of 3.

Nu wil ik nog verhalen
van de wonderlijke twee- en driewielers van deze stad,
van de speeltuintjes die openluchtsportscholen voor ouderen zijn,
en van het Zomerpaleis met zijn hemels mooie tuinen,
en van de levens van mijn reisgenoten,
en van hoe geweldig blij ik ben met deze reis,
maar ik heb wel wat beters te doen.

3: Peking

Weer ben ik het donkere internethol in het kleine steegje ingedoken. Ditmaal zijn er ook meisjes die zich op felgekleurde chatsites laten representeren door dansende poppetjes in hippe outfits.

De bloedmoderne bus zou anders doen vermoeden, maar vandaag voelde ik me even als een een stuk vee dat de toeristische attracties langsgedreven werd. De weerstand die dit in eerste instantie opriep, en die in de vorige zin zeer overdreven doorklinkt, is echter onterecht. Niet na te hoeven denken is ook vakantie. En is het niet heerlijk, alsmede uiterst asociaal, om naast de stadbussen met als vee gestapelde forenzen, in dezelfde opstopping te staan, maar dan in de Hemels geconditioneerde lucht van je ruime tourbus?
Wie nog nooit om half zes in een Pekingse bus gezeten heeft, heeft nog nooit in de file gestaan.

Deze reis is een stuk minder avontuurlijk dan ik verwachtte maar na een heerlijke nacht in een luxe hotelkamer en een dag als deze, hoor je mij niet klagen.
Oh, spektakelstuk van een Muur,
hoe speel je het klaar
om met je eeuwigheid
meer ontzag te wekken
dan de groenheid van de bergen
waar je een lint om vormt?

Men wacht op mij met bier...

Geen paniek

Nederlandse toerist omgekomen in Peking (nu.nl, 01-07-'06)

Al is het inderdaad bloedlink in de Pekingse verkeerchaos (voorrang? zebrapad? stoplicht?), ik doe het gewoon nog, hoor.