Lucas deelt mede: april 2004
Gisteren was mijn eerste dag in Washington en ik vond er geen moer aan. Grote straten met statige (fascistoide) gebouwen (IRS, FBI, G.W.B.) en monumenten. Vandaag was annders... leuk.

Na me verslapen te hebben voor het ontbijt en het overslaan van een douce wegens geen heet water begon de frustrerende zoektocht naar een cafeetje voor koffie en een broodje. Die heb je hier niet in downtown DC, want downtown is hier business district en toeristenhemel. Het hostel zit hier middenin en dat is dus enerzijds ideaal, anderzijds saaaai.

Alles is hier gratis, om de belastingbetalende Amerikaan zijn hoofdstadbezoek (=patriotisme) te stimuleren dus niet te belasten. De National Gallery of Art heeft een indrukwekkende doch voordehandliggende collectie (Rafael, Degas, Warhol) maar kon mijn goedkeuring, vooral dankzij de 15e Eeuwse Italiaanse collectie, meer dan wegdragen.

Om zes uur was ik terug in het hostel om me bij een georganiseerde excursie te voegen. Jammergenoeg was ik de enige die me had ingeschreven voor de vertoning van de vogelfim Winged Migration in de Smithsonian Zoo. Gelukkig was mijn gids een leuk mens en bevindt de Zoo zich in een levendig deel van de stad. Amaoge, een Nigeriaanse sociologiestudente-af van 22 jaar, en ik hebben gezellig op een terras gegeten in een zoemend zomers stuk straat. Zo is het duidelijk dat DC een zuidelijke stad is.
Vandaag mijn laatste avondmaal bijj deze gezellige familie in deze leuke plaats. Philadelphia is heel rijk aan historische huizenblokken en toeristische monumenten, van het eerste heb ik volop genoten, het tweede heb ik links laten liggen: op de een of andere manier werktt een groep krijsende schoolkinderen op een field trip niet uitnodigend. Naast attractiepark is Philly een grote stad, de bevolking is voor het merendeel zwart en dat valt vooral op door de jeugdcultuur op straat: heel veel hiphop, wijde kleren en grote auto's met glimmende en draaiende wieldoppen. Van het feit dat de gemiddelde Amerikaan niet alleen groot is, maar ook oversized kleding draagt profiteer ik door mijn gearderobe belachelijk goedkoop uit te breiden. Het is niet meer te tillen dus een pakket is onderweg naar huis.

Winkelen is hier zowieso veel leuker dan in Nederland. Zo heeft elke strip- of speelgoedwinkel die ik binnenloop een voor mij nieuwe verzameling Simpsons-collectibles: van een Homer jack-in-the-box tot de meest onbekende Springfieldbewoner met interactieve leefomgeving. En in de grotere boekhandels is het heel normaal om uren op de grond of in de koffiehoek te zitten met een stapel tijdschiften of dichtbundels. In Pennsylvania mag wijn en sterke drank alleen verkocht worden in door de staat uitgebate liquor stores en omdat het vandaag election day is (voor de plaatselijke primary, vraag me niet wat dat precies is) hebben we geen wijn bij het eten. Wel heb ik een basketbal-netje gekocht voor Sequoia die 10 maanden is en net van me geleerd heeft om te scoren.

Morgen verzilver ik mijn ticket naar Baltimore, Maryland maar niet mijn verse Hostelling International lidmaatschapskaart, want het hostel daar wordt gerenoveerd. Zouden ze een YMCA hebben?
Vrijdag heb ik gekookt (ratatouille-pannenkoekjes met bejamelsaus) voor een paar vrienden van James en Ingvild; een heuse dinner party! In een sociale omgeving zoals dit wordt het me wel heel makkelijk gemaakt. Aangezien dit de laatste stop is waari k mensen ken, zullen de komende weken me hoogstwaarschijnlijk op een totaal andere manier op de proef stellen.

Vandaag was de March For Women's Lives. Ingvild ging ook en we gingen om kwart voor zes de deur uit en waren zo voor het eerst vroeger op dan Sequoia's megastrot. Erg goed georganiseerd vertrokken ongeveer twintig bussen met de Philadelphia-delegatie op tijd, die van ons had een nogal incapabele chauffeur, maar we waren goed op tijd in DC. De mensenmassa was al gigantisch bij het metrostation van het parkeerterrein dus we liepen naar The Mall (het grote grasveld bij dat langwerpige obeliskmonument, denk Vietnamdemonstratie in Forrest Gump).

De opkomst was heel groot. Hoe ver ik ook rondliep en -keek tijdens de Rally, waar o.a. Hillary Clinton speachte over "Baas in eigen Buik", ik kon niet zien waar de massa ophield. De samenkomst gaf een goed georganiseerde indruk, met duizend toiletten en honderduizenden voorbedrukte protestborden. Enkele meegezeulde teksten:
"Reproductive Rights Are Human Rights"
"Keep Your Laws Off My Body"
"George, Keep Out Of My Bush"
"Keep Abortion Safe And Legal"
"Keep Your Rosaries Of My Ovaries"

De march zelf was qua afstand een blokje om, maar duurde ongeveer twee uur. Hoewel alle demonstranten duidelijk een Pro Choice mars liepen (de eerste grote sinds '92) klonk uit de helft van de geroepen leuzen een helder: "weg met Bush". Hoewel ze hier groot gelijk in hebben, is het volgens mij een fout om te denken dat het niet herverkiezen van een republikein automatisch alle redenen om te demonstreren wegneemt.

De stoet leidde langs een paar honderd tegendemonstranten achter hekken, die niet zozeer boegeroep maar meer hilariteit teweeg brachten ("Keep walking, don't tease the monkeys). Gewapend met gigantisch grote kleurenfoto's van ofwel geaborteerde baby's (maar dan meer rauwe biefstuk met ketchup en poppenledemaatjes) en "abortion is homicide" of hele schattige babygezichtjes met teksten als: "I'm happy my mommy was pro-life" vormde ze weliswaar een tegengeluid, maar niet op een positieve of uitgelaten manier. Een hele lading priesters in vol ornaat met military police om zich heen baden stilletjes voor onze zielen.

Een groot spektakel was verassend genoeg de metrorit terug naar de parkeerplaats. De Washingtonse subway is weliswaar een zeer moderne, ruime en aangename aangelegenheid, op zoveel mensen tegelijk is hij nu ook weer niet berekend. Vanaf de -defecte- roltrap terug de tunnel in kijkend vormde de op elkaar gepakte joelende menigte een mooi plaatje. De grootschalige rebelse toewijding van vandaag doet hopelijk niet alleen mij goed maar zou ook af moeten dingen op het deels onterechte Europese beeld van "de typische Amerikaan" - hamburgerproppend, oorlogvoerend, rechts en achterlijk.


Sinds gisteren ben ik de troste bezitter van een Amtrak-pas voor een maand lang onbeperkt treinreizen in het oosten van de VS. Ik ben vreselijk nerveus, want dit wordt het echte werk: alleen, doelloos, op onbekend terrein en een krap budget. Gelukkig overheerst mijn wonderlust. De voorlopige planning brengt mij naar de jeugdherbergen van: Baltimore, Washington D.C. en Miami... warm en ver weg.
Het festival is achter de rug. Vijftien films gezien, waarvan zonder twijfel Le temps du loup (Michael Haneke, 2003, Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland) de beste was. Post-apocalyptische thriller, een van mijn favoriete genres, maar dan zonder science-fiction. UIteraard een metafoor voor de staat van de wereld, belicht dit familiedrama op griezelige en mysterieuze wijze de wreedheid van de mens en de hopeloosheid van de toekomst.

De baby is ziek, een vrij onschuldig virusje, maar wel genoeg voor urenlange huilpartijen en veel ouderlijke ongerustheid. Ik stoor me er niet aan hoor. Het is harstikke gezellig. Vrijdag hebben we een dinner party (een erg on-amerikaans fenomeen) met wat locale vrienden; ik maak ratatouille-pannenkoekjes.

Deze zondag vindt in Washington D.C. de March for Women's Lives plaats. Een gigantische landelijke en eenmalige demonstratie voor de rechten van de vrouw en tegen de regering Bush. De meeste actiepunten zeggen me niet zoveel (ik verwacht dan ook dat er niet echt veel Nederlandse jonge mannen meelopen) maar het belangrijkste punt, pro choice ("baas in eigen buik" het tegenovergestelde van pro life), maakt genoeg in me los om mijn standpunt strijdvaardig te verdedigen. Daarnaast ben ik natuurlijk enorm nieuwsgierig naar hoe zo'n manifestatie er hier aan toe gaat.

Ik reis mee met de Philadelphia Regional March for Women's Lives Coalition, een delegatie die met een stuk of twintig bussen zondag om 7 uur vertrekt. Beth, een goede vriendin van James die zich inzet als een van de bus captains, heeft me meegenomen om een kaartje voor de bus te kopen bij het plaatselijke kantoor van de organisatie Planned Parenthood Association of America ("your most trusted source for sexual health, abortion, birth control, and reproductive rights information"). Toen ik het gebouw verliet en Beth achterliet voor een briefing werd ik aangesproken door een bejaarde man met in zijn arm een bord met de tot de verbeelding sprekende tekst "babies killed here". Kennelijk vormde een deel van zijn demonstratietechniek het op een helder beargumenteerde wijze bekeren van naieve zielen die nog niet begrepen dat dit gebouw een "evil place" is. Een vrouw die buiten stond met een geel klaarover-jasje vertelde me eerder dat er elke woensdag, donderdag en zaterdag een groepje voor de deur stond en dat zij moest voorkomen dat de boel uit te hand liep. De discussie met de man verliep niet al te productief: mijn poging to compromis "we agree to disagree" werd weggewoven en hij herhaalde nog maar een keer dat "it's scientific fact that a person exist from the moment of conception" en dat "sucking that person out with a vacuum-machine is murder".
...
Er is duidelijk werk aan de winkel zondag!


Volgende keer: 30-day Amtrak Rail Pass
Warme dagen en zwoele avonden hier in Philly. Ingvild, James en Sequoia hebben een hecht gezinnetje en ik word als gast warm verzorgd. Het filmfestival geeft me genoeg te doen en te zien en is over twee dagen afgelopen. De filmploeg is inmiddels vertrokken, maar niet voordat ik een keer 's nachts op weg nar huis de set opliep (je hoeft alleen maar te zeggen dat je on this block woont) en van heel dichtbij Cameron Diaz kon bewonderen. Nu is er geen reden meer over om naar LA te gaan.

Ook Philadelphia is een bruisende en intrigerende stad. Het doet erg Europees aan met kasseien op de smalle straatjes en cafes in 18e-Eeuwse gebouwen waar men Belgisch bier tapt. Het is duidelijk dat deze steden aan de Oostkust erg verschillend zijn van de rest van Amerika. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de minzaamheid van de staten in het midden van het land over de East Coast snobs en de hoofdstedelijke arrogantie van New Yorkers ten opzichte van de rest van het land de spanningen tussen bijvoorbeeld Amsterdam en de rest van het land ver overtreffen. Tot nu toe heb ik, behalve wat overmatig vlagvertoon en af en toe een God Bless America bumpersticker, heel weinig van het vermeende eenheidsgevoel en patriotisme van dit land gemerkt. Ik verwacht dat dit verandert als ik the Midwest intrek.

Nu al voorzichtig terugkijkend wordt een ding al duidelijk: als ik me voor een langere tijd in Amerika wil vestigen, dan lijken Boston en Philadelphia me al snel te klein. Ik ben benieuwd wat de rest van het land me kan bieden. De volgorde die nu in mijn hoofd zit voor de rest van de reis is zoiets als: Washington DC (daar is dit weekend een grote vrouwenrechtendemonstratie), New York (Wanda heeft me gevraagd om van 2 tot 10 mei op haar katten te passen) en dan waarschijnlijk Kansas City (een vriend van James woont daar en daar schijnt Amerika op zijn Amerikaanst te zijn), Chicago (een grote stad, maar dan niet aan de Oostkust) en Canada. Maar het plan was om geen plan te hebben, dus ik ga mijn voorhoofd achterna.
Niet alleen ik was blij met het heerlijke lente-weer vandaag. In South Street, vlak naast James' huis zijn opnames bezig voor In Her Shoes (imdb) een Hollywood-film van Curtis Hanson (LA Confidential, 8 Mile) starring Cameron Diaz en Shirley MacLaine. Toen ik vandaag langs de set liep, wat zo'n beetje onvermijdelijk is: twee blokken in de omtrek staan volgestampt met traillers, trucks and cranes en het vriendelijke verzoek van een crewmember om om te lopen per ongeluk negeerde kon ik de scene goed bekijken. Het leek een huwelijk: heel veel figuranten in mooie kleren op klapstoeltjes onder een echte boom met plastic blaadjes en een prieeltje met - vermoedelijk - Diaz en haar aanstaande eronder. Het mocht niet opvallen dat ik keek dus ik liep tegelijkertijd door en zag maar net op tijd dat ik een tegenligger had; had ik zo Shirley MacLaine (en PA) omver gelopen.
Even een pauze uit het al drie dagen regenachtige Philadelphia naar het zonovergoten Amsterdam.

Herinneren mijn trouwe lezertjes zich nog mijn verhaal uit 14 januari over mijn weg- en teruggehaalde fiets? Ik kreeg net een deel van de ergenis op mijn rekening teruggestort. Bij nader inzien was bij alle "slachtoffers" van de CS-opruimactie onterecht tien Euro administratiekosten in rekening gebracht. En dat is toch al snel bijna twaalf dollar.
Zonet voor het eerst in dagen mijn mail gelezen en nu is mijn gemoed in een opperbeste staat: wat kun je toch blij worden van thuisberichten.

Inmiddels ben ik in Philadelphia gearriveerd en ik internet nu op de Mac van James, een vriend die ik elk jaar op het Rotterdams filmfestival zie en nu mijn gastheer is, terwijl ik opdroog van de fietstocht van vandaag die ons door stromende regen voerde. Zijn huis is vreselijk leuk, hij en zijn vrouw (die nu met dochter van 10 maanden bij familie in Noorwegen is) zijn ontwerpers en dat is te zien aan de aandachtige en inspirerende inrichting met kindersuprise-ei-kadootjes en ingelijst Nederlands papiergeld (ik ben het met James eens dat de tientjes en hondertjes die een paar jaar voor de Euro geintroduceerd zijn erg mooi zijn). De huiskamer verandert in een slaapkamer als ik naar bed ga (de economische manier waarop met de kleine ruimte omgegaan wordt heeft dit huis de bijnaam space station opgeleverd). Ik hoop dat ik niet teveel in de weg zit als Ingvild en de baby donderdag terug komen.

Gisteren aangekomen met de infameuze Chinatown-bus en vandaag al aan het werk als vrijwillige usher op het Philadelphia Film Festival en drie films gezien. Het is een klein feistval en een echt professionele organisatie is er niet, maar het heeft wel sfeer ondanks de spreiding van de locaties door de stad en er draaien verdraaid goede films. Hopelijk blijft er tijd over om de stad te bekijken en verloochen ik mijn primaire taak als toerist niet.

En dan is er nog een hele hoop catching up to do over de laatste dagen in New York, mijn tweede lievelingsstad in de hele wijde wereld. Het is uiteindelijk gelukt om met Olaf af te spreken, hij heeft mij en Michiel (een andere studiegenoot die momenteel in New York promoveert) meegenomen naar de City Opera, naar een uitvoering van Xerxes van Händel, erg boeiend en gezellig. En als Olaf ons niet tussen het eten en de opera de halve Upper West Side door had gestuurd om het huis waar Rosemary's Baby zich afspeelt te bekijken dan hadden we niet hoeven te rennen om op tijd in de zaal te zijn ;-)

Donderdag moest ik mijn appartementje definitef uit en ik ben voor het laatste weekend maar weer eens bij mijn lieve nicht Sofie ingetrokken. Zaterdag was het prachtig weer en zijn Sofie en ik met Wendy en haar dochter Maya naar the Bronx Zoo geweest gevolgd door wat welverdiende rust tijdens een hele lange metrorit naar de andere kant van de stad: the Lower East Side. Daar gegeten in een grappig restaurantje dat niet alleen een Franse menukaart en inrichting en bediening had, maar als een pretpark het hele pand er uit liet zien als een tentje in Parijs: de ingang was een tabac compleet met uithangbord en vitrine met ouderwetse Gauloises-pakjes. Alleen had ook deze op en tot Franse eetgelegenheid, zoals alle andere in New York (en vermoedelijk de rest van de VS) de rare gewoonte om hoofdgerechten "entrees" te noemen.



Bij wijze van afscheidskadootje heeft Wendy met haar free pass gratis kaartjes voor mij en Sofie voor de hilarische film Shaolin Soccer in de Sunshine op Houston St geregeld. Ik bof maar met zulke geweldige gastvrijheid van haar en Sofie. Op weg naar the West Village om daar in de Greenwich Brewery een heerlijke zelfgebrouwen Red Ale te drinken bij een boekenstalletje op 4th St een afgetrapte paperback van On The Road van Jack Kerouac gekocht, mooier kan het bijna niet. New York: ik hou van je!

James en ik hebben honger, en hij is nog bezig met zijn taxes (vóór 15 april hier) dus ik ga koken. Signing off...
Om de hoek, op 20th Street zit de politieacademie. Een paar dagen geleden liep ik er langs toen de avondklas afliep. Buiten stonden wel 100 agenten-in-spe saluerend in het gareel terwijl er nog honderden het gebouw uit stroomden, allemaal met het zelfde tasje in de hand en in kadettenuniform. Denk Triumph des Willens... Blokken later zag het er nog zwart van. In elk geval geen onveilige buurt.
So far voor Lucas als toerist. Ik kwam vandaag langs het Empire State Biulding met stralend helder weer en dacht: "kom, laat ik eens van het uitzicht genieten vanaf het hoogste punt in de stad". Dat kost niet alleen $9,- maar ook ruim 2 uur wachten, aangezien het hier nu spring break is. Thanks, but no thanks.

Wat ronddwalend kwam ik in een buurt terecht rond Broadway tussen 25th & 35th Street dat vol met zeer illegaal uitziende dumpwinkels zit (denk aan een kruising tussen horlogeverkopende Afrikanen op een Italiaans strand, Xenos en het eind van de middag in het Vondelpark op Koninginnedag - moge zij overigens rusten in vrede). Vlakbij Madison Square herkende ik ineens een winkel waar ik vorig jaar al tevreden klant was en ik sloeg weer mijn slag: twee overhemden en een spijkerbroek voor $36,-. De grens tussen spotgoedkoop en belachelijk duur is flinterdun hier in New York.

De Passover Seder was een ontzettend leuke avond. Wendy had vriendinnen en familie uitgenodigd en met zijn tienen voltrokken wij de zogenaamde Haggadah een soort kruising tussen kritische lezing van de Torah, gebed en rituele ceremonie dat ongeveer een uur duurt en onder andere bestaat uit het eten van in azijn gedrenkte rauwe peterselie en het herdenken van het lijden en de bevrijding van het Joodse volk en Gods straf op de Egyptenaren: volgend op de tien plagen werd in ieder huis dat niet overgeslagen (passover) werd omdat het met lammerenbloed als Joods gemarkeerd stond de eerstgeborene zoon gedood.

De grap van de avond was dat niemand aan de tafel gelovig was of wist hoe de ceremonie precies gevoerd diende te worden en nog los van de vele interpretaties en commentaren op de tekst die onderdeel van de ceremonie uitmaken, werd volop gediscussieerd over feministische versies en het verschil tussen waarheid en symboliek. Het geheel verliep lacherig en rommelig en toen het afliep kwamen we erachter dat we de helft van de handelingen vergeten waren, waarvan degene die mij het meeste aansprak, het inschenken en in een andere kamer apart zetten van een beker wijn voor Elijah - de langverwachte profeet die zomaar binnen zou kunnen komen, alsnog uitgevoerd werd. Met een veel te volle buik moest ik tijdens de afwas concluderen dat alle feestdagen (Amerikaans, Joods, Christelijk of heidens) eigenlijk vooral een excuus zijn om veel te veel te eten.
Terwijl ik wacht op mijn was, die beneden in de laundy room hopelijk niet aan het verpieteren is, een te lang uitgestelde digitaal-therapeutische verwerkingssessie. Vanavond ben ik in dit huis uitgenodigd voor de jaarlijkse family dinner ter gelegenhuid van het Joodse feest Passover, dat volgens mij hetzelfde als Pesach is en het scheiden van de Rode Zee en de bevrijding van de joodse slaven herdenkt. Het zal mij benieuwen maar het is zowieso fijn dat ik hier nog steeds zo warm ontvangen word.

Wat een tijd hier in New York, ik krijg maar geen genoeg van deze stad. Toch vertrek ik hoogstwaarschijnlijk zondag richting Philadelphia, waar mijn goede vriend James woont. Hij heeft me verteld ovre het Philadelphia Film Festival dat daar bezig is, ik heb me uiteraard al als vrijwilliger opgegeven. Spannend...

De afgelopen week staat me al niet meer helder voor de geest. Welke dag deed ik wat en welke dat? Laat ik maar bij afgelopen weekend beginnen en kijken hoe ver ik terug kom.

Omdat het appartement dit weekend bevolkt werd door de eigenares, moest ik even plaats maken en logeerde ik bij mijn lieve nicht Sofie. Zij woont in het voor mij wonderlijke International House samen met 700 andere graduate students en interns die, afkomstig uit alle hoeken van de wereld, zich tijdjelijk in New York bevinden voor een stage bij de VN of een masters aan Columbia University. Het I. House is een particuliere instelling met een nogal idealistiche (en misschien wat ouderwetse) inslag. De vlag aan de buitenkant van het gebouw, dat heel ver uptown vlakbij Columbia over de Hudson rivier uitkijkt, laat een leus lezen als "preparing the future international leaders of the world", of iets degelijks.

Ik viel met mijn neus in de boter, want van alle I. House-activiteiten vond zaterdagavond het grootste van het jaar plaats: (...tromgeroffel...) The All Nations Celebration. Een avond die overschaduwd had moeten worden door de dreigende staking van het personeel maar die, ondanks de overgeorganiseerdheid en het tekort aan drank zeer geslaagd was en bovenal liet zien wat een leuke plek I. House is. Ik heb die avond (naast de talenten van de bewoners in de vorm van dans, korte film, cabaret en kookkunst) iets van 50 mensen ontmoet, waarvan de meeste me voorgesteld werden door mensen die zelf net twee minuten kende. Het huis is een verzameling van jonge avonturiers die weten wat het is om je verwelkomd te voelen.

Overigens is een van de mensen die ik tegenkwam een oude bekende van het filmfestival Rotterdam: Pierre-Pascal, die in het huis en woont en stage loopt bij de Europese Commissie bij de Verenigde Naties. De stichters van het I. House zouden blij zijn als ze me horen zeggen: "It's a small world after all".

De volgende dag heb ik Sofie meegenomen naar Williamsburg, een uber-hip buurtje in Brooklyn rijk aan galleries, cafeetjes en kleidingwinkels. Sofie en ik waren het er over eens dat het erg knus en fijn wonen zou zijn en niet echt stads aandeed. Daarna zijn we bij Union Square naar de film geweest. Eternal Sunshine of the Spotless Mind wordt hier door de pers als meesterwerk onthaald en daar konden Sofie en ik het tot op zeker hoogte mee eens zijn. Zeer duidelijk een verhaal van Charlie Kaufman (Being John Malkovich en Adaptation) en dus heel leuk en orgineel. Jim Carrey laat zijn herrineringen aan Kate Winslet wissen, en aangezien hij de hoofdpersoon is reizen we met een razende snelheid met sprongen door zijn geheugen met subtiele maar verbazende special effects.

De dagen daarvoor ben ik naar twee musea geweest: het tijdelijk onderkomen van MOMA in Queens en de Whitney Biennal 2004 in het Whitney Museum of American Art. Deze tentoonstelling van de meest recente kunst uit de VS was geweldig mooi en veel te veel om te bevatten. Omdat kunst hier eens niet gekoppeld is aan geschiedenis, stromingen en meesterwerken, voelde ik me deelgenoot aan de oorsprong van de werken. Nooit eerder zag ik zoveel dingen in een tentoonstelling die ik echt mooi en fascinerend vond. Het was erg druk om binnen te komen, en de dame met wie ik in de rij een praatje maakte kwam ik een paar dagen later in Williamsburg tegen op straat. Het duurt niet lang om een New Yorker te worden.

Over tegengekomen gesproken, toen ik maandagavond ik Greenwich Village rondliep en lang de bioscoop Film Forum kwam, baalde ik enorm dat ik net het begin van de voorstelling van Citizen Kane gemist had en niet meer naar binnen mocht. Toen kocht ik maar een kaartje voor de film van Orson Welles die twee uur later zou beginnen. Toen ik vrijdag in een Indiaas restaurant Sofie entousiast en lovend over The Magnificent Ambersons vertelde, bleek dat zij die avond naar Citizen Kane was geweest.

En dan heb je ook mensen die aan toeval een grote waarde hechtte. Zo werd ik zaterdag in de metro onder Times Square aan een vragenvuur onderworpen door een vreemde mevrouw, die na een paar haltes praten over het niet-Christelijk en dus immoreelNederland, de onmogelijkheid van samenleven zonder huwelijk en het bestaan van andere domeinen van werkelijkheid die zij door filosofsche studie aangeraakt zou hebben moest conclulderen dat zij moederlijke gevoelens naar me koesterde, omdat ze 23 jaar geleden een abortus had laten plegen. Gelukkig moest ze er op 89th Street uit.

En al weet ik dat al zoveel verhalen van de afgelopen week me ontschoten zijn en ik er nog veel meer op moet schrijven is het nu genoeg geweest. Ik schrijf geen boek.
Starbucks is zo'n instantie die iedereen te duur en stom vindt maar die toch steeds nieuwe filialen blijft openen. Een beetje mall heeft twee Starbucksen en in New York kun je de "kwaliteit" van een wijk afmeten aan het aantal filialen gedeeld door het aantal straathoeken. Je kunt er 1001 soorten koffie krijgen in een papieren beker ("the beverage you are about to enjoy is extremely hot") voor een prijs tussen de $2,- en $4,- Daarnaast verkopen ze souvenirs, koffiebonen en gebak. Veel mensen doen take-out en haasten zich meteen de straat op met hun cell-phone tussen schouder en oor, papieren beker tussen hand en mond en tas tussen boven en onderarm. Anderen zitten de hele dag in een Starbucks, druk bezig met laptop of andere dwangneurose.



Mijn eerste Starbucks-ervaring, 18 maart in Boston (trouwens naast het originele cafe Cheers ("where everybody knows your name") maar dit terzijde):

Een yuppige jonge man neemt op plaats op een luie stoel, die kennelijk al eerder geclaimd was door een wat smoezelige oudere man die dan ook aan komt lopen en geirriteerd zijn in een papieren zakje verpakte brownie van de grond naast de stoel oppakt.
Yup, al opstaande: "Oh, I'm sorry, was that yours? I dind't touch the inside of the bag, just the exterior. You were holding your seat with your brownie? A coat is generally more effective"
Warrige man, al plaats nemende: "Well thank you, you tought me a lesson, I'll try to keep it in mind next time."

Zo zou een vakantiebaantje als Starbucks "barista" (zo heet de bediening hier, ik kan het ook niet helpen) volgens mij best door als stage voor een sociaal-wetenschappelijke opleiding.