Terwijl ik wacht op mijn was, die beneden in de
laundy room hopelijk niet aan het verpieteren is, een te lang uitgestelde digitaal-therapeutische verwerkingssessie. Vanavond ben ik in dit huis uitgenodigd voor de jaarlijkse
family dinner ter gelegenhuid van het Joodse feest
Passover, dat volgens mij hetzelfde als
Pesach is en het scheiden van de Rode Zee en de bevrijding van de joodse slaven herdenkt. Het zal mij benieuwen maar het is zowieso fijn dat ik hier nog steeds zo warm ontvangen word.
Wat een tijd hier in New York, ik krijg maar geen genoeg van deze stad. Toch vertrek ik hoogstwaarschijnlijk zondag richting Philadelphia, waar mijn goede vriend James woont. Hij heeft me verteld ovre het Philadelphia Film Festival dat daar bezig is, ik heb me uiteraard al als vrijwilliger opgegeven. Spannend...
De afgelopen week staat me al niet meer helder voor de geest. Welke dag deed ik wat en welke dat? Laat ik maar bij afgelopen weekend beginnen en kijken hoe ver ik terug kom.
Omdat het appartement dit weekend bevolkt werd door de eigenares, moest ik even plaats maken en logeerde ik bij mijn lieve nicht Sofie. Zij woont in het voor mij wonderlijke
International House samen met 700 andere
graduate students en
interns die, afkomstig uit alle hoeken van de wereld, zich tijdjelijk in New York bevinden voor een stage bij de VN of een
masters aan Columbia University. Het I. House is een particuliere instelling met een nogal idealistiche (en misschien wat ouderwetse) inslag. De vlag aan de buitenkant van het gebouw, dat heel ver uptown vlakbij Columbia over de Hudson rivier uitkijkt, laat een leus lezen als "preparing the future international leaders of the world", of iets degelijks.
Ik viel met mijn neus in de boter, want van alle I. House-activiteiten vond zaterdagavond het grootste van het jaar plaats: (...tromgeroffel...) The All Nations Celebration. Een avond die overschaduwd had moeten worden door de dreigende staking van het personeel maar die, ondanks de overgeorganiseerdheid en het tekort aan drank zeer geslaagd was en bovenal liet zien wat een leuke plek I. House is. Ik heb die avond (naast de talenten van de bewoners in de vorm van dans, korte film, cabaret en kookkunst) iets van 50 mensen ontmoet, waarvan de meeste me voorgesteld werden door mensen die zelf net twee minuten kende. Het huis is een verzameling van jonge avonturiers die weten wat het is om je verwelkomd te voelen.
Overigens is een van de mensen die ik tegenkwam een oude bekende van het filmfestival Rotterdam: Pierre-Pascal, die in het huis en woont en stage loopt bij de Europese Commissie bij de Verenigde Naties. De stichters van het I. House zouden blij zijn als ze me horen zeggen: "It's a small world after all".
De volgende dag heb ik Sofie meegenomen naar Williamsburg, een uber-hip buurtje in Brooklyn rijk aan galleries, cafeetjes en kleidingwinkels. Sofie en ik waren het er over eens dat het erg knus en fijn wonen zou zijn en niet echt stads aandeed. Daarna zijn we bij Union Square naar de film geweest.
Eternal Sunshine of the Spotless Mind wordt hier door de pers als meesterwerk onthaald en daar konden Sofie en ik het tot op zeker hoogte mee eens zijn. Zeer duidelijk een verhaal van Charlie Kaufman (Being John Malkovich en Adaptation) en dus heel leuk en orgineel. Jim Carrey laat zijn herrineringen aan Kate Winslet wissen, en aangezien hij de hoofdpersoon is reizen we met een razende snelheid met sprongen door zijn geheugen met subtiele maar verbazende special effects.
De dagen daarvoor ben ik naar twee musea geweest: het tijdelijk onderkomen van MOMA in Queens en de
Whitney Biennal 2004 in het Whitney Museum of American Art. Deze tentoonstelling van de meest recente kunst uit de VS was geweldig mooi en veel te veel om te bevatten. Omdat kunst hier eens niet gekoppeld is aan geschiedenis, stromingen en meesterwerken, voelde ik me deelgenoot aan de oorsprong van de werken. Nooit eerder zag ik zoveel dingen in een tentoonstelling die ik echt mooi en fascinerend vond. Het was erg druk om binnen te komen, en de dame met wie ik in de rij een praatje maakte kwam ik een paar dagen later in Williamsburg tegen op straat. Het duurt niet lang om een New Yorker te worden.
Over tegengekomen gesproken, toen ik maandagavond ik Greenwich Village rondliep en lang de bioscoop Film Forum kwam, baalde ik enorm dat ik net het begin van de voorstelling van Citizen Kane gemist had en niet meer naar binnen mocht. Toen kocht ik maar een kaartje voor de film van Orson Welles die twee uur later zou beginnen. Toen ik vrijdag in een Indiaas restaurant Sofie entousiast en lovend over
The Magnificent Ambersons vertelde, bleek dat zij die avond naar Citizen Kane was geweest.
En dan heb je ook mensen die aan toeval een grote waarde hechtte. Zo werd ik zaterdag in de metro onder Times Square aan een vragenvuur onderworpen door een vreemde mevrouw, die na een paar haltes praten over het niet-Christelijk en dus immoreelNederland, de onmogelijkheid van samenleven zonder huwelijk en het bestaan van andere domeinen van werkelijkheid die zij door filosofsche studie aangeraakt zou hebben moest conclulderen dat zij moederlijke gevoelens naar me koesterde, omdat ze 23 jaar geleden een abortus had laten plegen. Gelukkig moest ze er op 89th Street uit.
En al weet ik dat al zoveel verhalen van de afgelopen week me ontschoten zijn en ik er nog veel meer op moet schrijven is het nu genoeg geweest. Ik schrijf geen boek.